namake.

Les 22: Terugkijken met な-woorden en zelfstandige naamwoorden

Kies voor een な-bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord de juiste positieve of negatieve verleden vorm en onderscheid die van het い-patroon.

Verleden met な-woorden en naamwoorden

Je kent het い-verleden uit les 21. Zeg nu 富士山はきれいでした en 昨日は雨でした. In beide zinnen verandert alleen です in でした; bepaal daarna of het kernwoord een な-woord of naamwoord is.

1. Een な-woord houdt zijn vorm

Een な-bijvoeglijk naamwoord is een eigenschapswoord dat な krijgt wanneer het direct vóór een naamwoord staat, zoals 簡単なテスト. Als het met です het predicaat vormt, zie je geen な: テストは簡単です. Voor positief verleden vervang je です door でした: 簡単でした.

De kernwoorden volgen hetzelfde patroon: きれいでした, にぎやかでした en 静かでした. Let speciaal op きれい: het eindigt zichtbaar op い, maar hoort bij deze な-groep. Daarom is きれかったです fout.

富士山はきれいでした。

大阪はにぎやかでした。

テストは簡単でした。

2. Een naamwoord gebruikt hetzelfde verleden slot

Een zelfstandig naamwoord noemt een ding, gebeurtenis of toestand. Ook daarbij wordt です in het positieve verleden でした: 雨です → 雨でした en テストです → テストでした. Het naamwoord zelf verandert niet.

Weerwoorden zoals 晴れ, 雨, 雪 en 曇り zijn in deze zinnen naamwoorden. Daarom zeg je 晴れでした, 雨でした, 雪でした en 曇りでした. Zeg niet 雨かったです; dat zou het naamwoord behandelen alsof het een い-woord was.

昨日は晴れでした。

おとといは雨でした。

昨日はテストでした。

3. Negatief verleden: じゃありませんでした

Voor ‘was niet’ gebruikt zowel een な-woord als een naamwoord じゃありませんでした. Zo krijg je 簡単じゃありませんでした en 雨じゃありませんでした. De formelere variant ではありませんでした heeft dezelfde betekenis en is ook correct.

Vergelijk alle vier vormen vóór je kiest: 簡単です ‘is eenvoudig’, 簡単じゃありません ‘is niet eenvoudig’, 簡単でした ‘was eenvoudig’, 簡単じゃありませんでした ‘was niet eenvoudig’. Voor 雨 werkt precies dezelfde rij met 雨 op de eerste plek.

4. Kies eerst de woordsoort, dan de uitgang

Gebruik een vaste beslisroute. Stap 1: is het een gewoon い-woord zoals 楽しい? Dan gebruik je かった of くなかった. Stap 2: is het een な-woord zoals 簡単 of きれい, of een naamwoord zoals 雨? Dan gebruik je でした of じゃありませんでした.

Stap 3: controleer positief of negatief. Daardoor ontstaan vier doeluitgangen, niet één algemeen verleden slot: かったです, くなかったです, でした en じゃありませんでした. いい uit les 21 blijft apart met よかった en よくなかった.

5. Vraag en antwoord over verleden weer

昨日の天気はどうでしたか vraagt hoe het weer gisteren was. Antwoord met één weernaamwoord + でした: 晴れでした, 雨でした, 雪でした of 曇りでした. Voor een ontkenning noem je bewust wat het niet was, bijvoorbeeld 雪じゃありませんでした.

Lees daarna het bestaande gesprek: het vergelijkt weer, een toets en een plaats. Markeer bij elk antwoord in gedachten ‘naamwoord’, ‘な-woord’ of ‘い-woord’. Zo oefen je de keuze die de eindcheck nodig heeft.

昨日の天気はどうでしたか。

晴れでした。

Alle lessen