Vertellen hoe iets was met い-woorden
Je kent beschrijvingen zoals 楽しいです en おもしろくないです. Zeg nu één paar: 今日は忙しいです, 先週は忙しかったです. Luister alleen naar het veranderde einde; dat is je kleine startactie.
1. Positief verleden: い wordt かったです
Een い-bijvoeglijk naamwoord beschrijft een eigenschap en eindigt in de basisvorm op い. Om te zeggen dat de eigenschap in het verleden gold, haal je de laatste い weg en zet je かったです ervoor in de plaats. 楽しい wordt dus 楽しかったです: ‘was leuk’.
Dezelfde beweging werkt bij alle gewone woorden van deze les: 忙しい→忙しかった, 暖かい→暖かかった, おもしろい→おもしろかった, 早い→早かった, 遅い→遅かった, 多い→多かった en 少ない→少なかった. Houd de stam volledig; bij 暖かい blijven beide lettergrepen か hoorbaar in 暖かかった. 早い betekent hier vroeg; het andere woord 速い betekent snel. Beide lees je はやい. In deze oefening gaat het om 早い en dus om een vroeg tijdstip.
お祭りは楽しかったです。
先週は暖かかったです。
昨日は忙しかったです。
2. Negatief verleden: くなかったです
Voor ‘was niet …’ vervang je de laatste い door くなかったです. おもしろい wordt おもしろくなかったです. Het deel くない uit de tegenwoordige ontkenning verandert zo in くなかった voor het verleden.
Alle gewone woorden volgen dezelfde route: 楽しくなかった, 忙しくなかった, 暖かくなかった, 早くなかった, 遅くなかった, 多くなかった en 少なくなかった. Gebruik bij deze い-woorden niet じゃありませんでした; dat slot hoort in les 22 bij な-woorden en naamwoorden.
この映画はおもしろくなかったです。
先週は忙しくなかったです。
3. いい gebruikt de stam よ
いい betekent ‘goed’, maar de verleden vormen worden niet rechtstreeks van de zichtbare vorm いい gebouwd. Leer het vaste paar: よかったです ‘was goed’ en よくなかったです ‘was niet goed’. De stam is hier よ.
Daarom zijn いいかったです en いいくなかったです fout. Vergelijk いいです (‘is goed’) met よかったです (‘was goed’), en よくないです (‘is niet goed’) met よくなかったです (‘was niet goed’). Onthoud de よ-stam in beide verleden vormen.
4. Vraag hoe iets was
N はどうでしたか vraagt hoe N was. でした in de vraag zet het gesprek in het verleden; het antwoord kiest daarna een passende verleden beschrijving. Omdat de vraag het onderwerp al noemt, is 楽しかったです een volledig kort antwoord.
Tijdwoorden zoals 昨日, おととい, 先週 en 去年 kunnen het kader geven zonder extra tijdpartikel. Met の verbinden ze een periode aan een naamwoord: 去年の夏 ‘de zomer van vorig jaar’ en 昨日のテスト ‘de toets van gisteren’.
お祭りはどうでしたか。
楽しかったです。
去年の夏は暑かったです。
5. Van herkennen naar een nieuwe ervaring
Lees en luister eerst naar het bestaande gesprek over een festival, een drukke zaterdag en een film. Bepaal bij elk antwoord: positief of negatief, en welk basiswoord herken je? Keer daarna terug en vervang zowel het onderwerp als de eigenschap.
De eindcheck vraagt geen nieuwe woordsoort. Je hoeft alleen een bekende い-vorm naar het verleden te brengen en de betekenis van いい vast te houden. Leessteun en hints blijven beschikbaar, maar een zelfstandige poging komt eerst.