Twee naamwoorden verbinden met と
Je kent weekdagen en eenvoudige naamzinnen. Zeg 火曜日と木曜日です en beslis: zijn dit twee losse dagen of alle dagen ertussen? Het juiste antwoord is twee genoemde dagen.
1. と staat tussen twee naamwoorden
Een zelfstandig naamwoord noemt een persoon, ding, dag, taal of ander begrip. と verbindt hier twee zulke naamwoorden tot een gesloten lijst: A と B. 火曜日と木曜日 noemt dinsdag en donderdag. 日本語と英語 noemt Japans en Engels. と staat direct tussen de twee items; er staat geen tweede と vlak vóór です.
Het hele blok kan de informatie in een naamzin zijn: 授業は火曜日と木曜日です. Ontleed dit als 授業は ‘wat de les betreft’ + 火曜日と木曜日 ‘dinsdag en donderdag’ + です. Deze les verbindt alleen naamwoorden; je hoeft geen werkwoordsvorm te veranderen.
火曜日と木曜日です。
日本語と英語です。
2. Een lijst als antwoord
Op 休みは何曜日ですか kun je antwoorden 土曜日と日曜日です. De vraag bepaalt het thema, dus het korte antwoord hoeft 休みは niet te herhalen. Er staat één です aan het einde van de volledige lijst.
In een volledige mededeling zet je de lijst na は: 休みは土曜日と日曜日です. Herhaal です niet na elk item. 土曜日ですと日曜日です behandelt de items niet als één eenvoudige lijst en is niet het doelpatroon.
休みは何曜日ですか。
土曜日と日曜日です。
3. Lijst, ‘ook’ of periode
A と B noemt A en B als twee expliciete items. A も betekent dat A ook geldt binnen een gesprek, maar も is geen voegteken tussen twee naamwoorden. 月曜日と金曜日 is dus ‘maandag en vrijdag’; het zegt niets over dinsdag, woensdag of donderdag.
A から B まで markeert een doorlopende periode van begin tot einde. 九時から十二時まで is van negen tot twaalf. 火曜日と木曜日 noemt juist twee losse dagen. Kies de vorm op basis van de bedoeling, niet omdat het Nederlands in beide gevallen twee elementen noemt.
4. Verbind alleen passende naamwoorden
Je kunt と gebruiken tussen voorwerpen, talen, personen, weekdagen en datums: ノートとペン, 日本語と英語, 学生と先生, 土曜日と日曜日, 四月七日と九月二十日. In elk voorbeeld blijven beide kanten zelfstandige naamwoorden of naamwoordgroepen.
Deze les leert と niet als citaatmarkeerder en niet als onderdeel van een werkwoordspatroon. Maak daarom bij de oefening geen langere handelingen. Een korte naamzin met です is voldoende om de lijst betekenisvol te gebruiken.
ノートとペンです。
学生と先生です。
四月七日と九月二十日です。
5. Een rooster met twee dagen
Vraag met 何曜日 naar de dagen van een fictieve les, vergadering of bijbaan. Geef daarna een antwoord met precies twee dagen. De context mag duidelijk maken dat er meer dan één antwoorditem komt; de vraagvorm zelf blijft hetzelfde.
Gebruik de bestaande luisteroefeningen om と eerst te herkennen en de bestaande puzzel om de vier blokken 日本語 + と + 英語 + です te ordenen. Keer daarna terug en maak je eigen nieuw paar.
会議は何曜日ですか。
月曜日と金曜日です。