Een ontvanger markeren met に
Open hoofdstuk 1 en gebruik de woordsteun die daar meteen onder staat. Lees daarna het verzendvoorbeeld hardop en wijs de ontvanger en het verstuurde ding aan.
1. Persoon + に ontvangt ding + を
In 家族に荷物を送ります is 家族 de ontvanger en krijgt に. 荷物 is wat wordt verstuurd en krijgt を. Vraag eerst ‘aan wie?’ en daarna ‘wat?’.
De verleden vorm verandert de rollen niet: 家族に荷物を送りました. Oefen eerst het volledige patroon voordat je in een gesprek bekende delen weglaat.
家族に荷物を送りました。
2. Voeg een middel met で toe
Een verzendmiddel krijgt で: 先生にメールでレポートを送りました. De docent ontvangt, e-mail is het kanaal en het verslag is het verstuurde ding.
Houd drie vragen apart: aan wie = に, waarmee = で, wat = を. Het middel kan wegvallen als het niet relevant is.
3. Persoon, plaats en familieperspectief
Voor een persoon als ontvanger gebruikt deze les に. Voor een plaatsbestemming gebruikt het eenvoudige contrast へ: 家族に荷物を送ります tegenover 中国へ荷物を送ります. Natuurlijk Japans kan bij plaatsen ook に toelaten; behandel dat niet als algemene fout.
Tegen buitenstaanders noem je je eigen vader 父 en je eigen moeder 母. お父さん en お母さん gebruik je om aan te spreken of beleefd over iemands ouder te spreken. De oefensituaties zijn fictief.
中国へ荷物を送ります。
父にカードを送りました。
4. Een fictief verzendbericht maken
Kies een ontvanger en een logisch ding. Voeg in een tweede zin ook een middel toe. Gebruik geen echte namen, adressen of familiegegevens.
Controleer elk blok vanuit betekenis en niet alleen uit woordvolgorde. Bij een ouder controleer je bovendien vanuit wiens perspectief je spreekt.