Vertel wat je eet, leest en doet
Denk aan een gewone dag: water drinken of een boek lezen. Je leert waarop de handeling gericht is. De benodigde werkwoordvormen staan hier als herhaling; er is geen boek nodig.
1 · De werkwoorduitgangen terughalen
Een werkwoord vertelt hier welke handeling iemand doet: lezen, drinken of schrijven. We beginnen met de beleefde vorm 読みます (yomimasu), ‘lezen’. Verdeel deze voor de oefening in 読み (yomi) en ます (masu). Bij de volgende veranderingen blijft 読み hetzelfde; alleen het einde verandert.
読みます is bevestigend niet-verleden: bijvoorbeeld een gewoonte of iets dat je gaat doen. Het betekent niet vanzelf ‘ben nu aan het lezen’. 読みません (yomimasen) is de negatieve partner: niet lezen. 読みました (yomimashita) kijkt terug op lezen, en 読みませんでした (yomimasen deshita) op niet lezen.
De tabel hieronder oefent alleen deze beleefde uitgangen. Je hoeft hier niet vanuit een woordenboekvorm te leren vervoegen. Pas later in deze les dezelfde wissel toe op 飲みます (nomimasu) of 食べます (tabemasu). Zet geen です achter een vorm die al op ます eindigt: die is al beleefd.
読みます。
読みません。
読みました。
読みませんでした。
2 · De woorden voor je dag
Je hoeft voor deze les geen nieuwe kanji uit je hoofd te schrijven. Bij ieder woord staan de kana-lezing en betekenis, en kun je de audio starten. Leer eerst drie koppels: 水・飲みます (mizu / nomimasu), 本・読みます (hon / yomimasu) en 名前・書きます (namae / kakimasu). Je drinkt water, leest een boek en schrijft een naam.
Sommige combinaties zijn ook anders mogelijk: 本を見ます (hon o mimasu) kan ‘een boek bekijken’ betekenen. Dat is iets anders dan lezen, maar niet automatisch fout. 日本語 (nihongo) betekent de taal Japans, niet een Japans persoon. 勉強します (benkyou shimasu) gebruik je als geheel voor ‘studeren’.
朝 (asa) en 夜 (yoru) geven in onze voorbeelden een deel van de dag aan. 昨日 (kinou) betekent gisteren en maakt een verleden context duidelijk. De Japanse zelfstandige naamwoorden leggen vaak geen enkelvoud of meervoud vast: 卵 (tamago) kan ei of eieren betekenen. Let bij de vertaling dus op de hele situatie.
3 · Waarop is de handeling gericht? を
Bij ‘ik drink water’ is drinken de handeling en water wat je drinkt. Dat laatste noemen we het lijdend voorwerp, ook wel direct object. In deze Japanse zinnen markeert を het woord of de woordgroep waarop de handeling gericht is. Je zet het voorwerp eerst, dan を en dan het werkwoord.
を spreek je als partikel uit als O, niet als een duidelijke WO. Bij typen kan WO nodig zijn om juist dit teken te krijgen. Het teken is niet verwisselbaar met de klinker お. In 水を飲みます (mizu o nomimasu) markeert を dus ‘water’ als wat er gedronken wordt.
Het voorwerp hoeft niet letterlijk te veranderen: bij 日本語を勉強します (nihongo o benkyou shimasu) is Japans wat je studeert. Leer daarom steeds de volledige combinatie, niet de te ruime regel ‘elk ding krijgt を’. Wie de handeling doet, kan uit het gesprek blijken en hoeft niet steeds genoemd. Het werkwoord sluit onze eenvoudige zinnen af.
水を飲みます。
日本語を勉強します。
4 · Vraag naar het ontbrekende voorwerp
Je weet dat iemand iets drinkt, maar niet wat. Vervang 水 (mizu) door 何 (nani), ‘wat’, en behoud を. Voeg het bekende vraagpartikel か (ka) toe na het beleefde werkwoord. 何を飲みますか (nani o nomimasu ka) betekent ‘Wat drink je?’.
In 何を is de lezing なにを (nani o), niet nan o. Het antwoord vult precies het gevraagde gat: 水を飲みます. 本を読みます is op zichzelf een goede zin, maar geen passend antwoord op een vraag over drinken. Betekenis en grammatica moeten allebei aansluiten.
Een bredere vraag is 何をしますか (nani o shimasu ka), ‘Wat doe je?’. します (shimasu) betekent hier ‘doen’. Daarop kan een antwoord over lezen óf studeren passen. Gebruik bij vragen over het verleden de vorm ましたか en antwoord in de passende tijd; de woordvolgorde blijft gelijk.
何を飲みますか。
夜、何をしますか。
5 · Twee voorwerpen, één groep
Je eet ei én brood. Met と (to) verbind je in deze les twee zelfstandige naamwoorden: 卵とパン (tamago to pan). Dat is één woordgroep, ‘ei en brood’. Plaats één を na de hele groep en sluit af met 食べます (tabemasu).
De blokken hieronder maken zichtbaar dat を niet alleen bij brood hoort: de hele groep is wat je eet. Je hoeft dus geen を achter elk los voorwerp te zetten. と verbindt hier geen twee werkwoorden. Voor ‘eten en drinken’ heb je een andere constructie nodig; die voegen we nu niet ongemerkt toe.
Je kunt wel twee volledige zinnen maken: 卵とパンを食べます。水を飲みます。 Voor een eerdere dag verandert alleen de werkwoorduitgang: 食べました. De voorwerpgroep blijft staan. Probeer eerst de groep hardop, en bouw daarna de hele zin op.
卵とパンを食べます。
6 · Wanneer gebruik je を en wanneer が?
Een boek blijft een boek, maar de rol van het woord verandert met de boodschap. Het partikel hoort dus niet bij een voorwerp omdat je het kunt aanraken. Kijk eerst naar het gezegde: wat zeg je over het boek? In de vergelijking hieronder blijft 本 (hon) gelijk, terwijl de rest van de zin verandert.
Bij 本を読みます (hon o yomimasu) vraag je: wat lees je? Het antwoord is 本, het lijdend voorwerp of direct object van lezen. Daarom staat hier を. Het boek hoeft door het lezen niet fysiek te veranderen: ‘een handeling ondergaan’ betekent niet dat iets beschadigd of verplaatst moet worden.
Bij 本があります (hon ga arimasu) zeg je niet wat iemand met het boek doet. Je zegt dat er een boek is. 本 is hier het grammaticale onderwerp: datgene waarvan je de aanwezigheid vaststelt, gemarkeerd met が. Een grammaticaal onderwerp hoeft dus geen handelende persoon te zijn. In een passende context kan dezelfde zin ook ‘ik heb een boek’ betekenen; de Nederlandse vertaling verandert het Japanse aanwezigheidspatroon niet.
Bij 本が好きです (hon ga suki desu) gaat het om je voorkeur. 好き (suki) is een な-bijvoeglijk naamwoord, geen werkwoord zoals ‘leuk vinden’. Voor nu hoef je die woordsoort alleen te herkennen: samen met です beschrijft 好き een voorkeur. が markeert hier wat je leuk vindt. Daarom gebruik je in het aangeleerde patroon が好きです en kopieer je niet de Nederlandse woord-voor-woordopbouw met een lijdend voorwerp.
De praktische vraag is dus: lees je iets, is iets aanwezig, of vind je iets leuk? Kies de boodschap en het bijbehorende Japanse gezegde voordat je het partikel invult. Dit zijn drie basispatronen, geen volledige theorie van は, が en を. Kun je met de vergelijking uitleggen waarom hetzelfde 本 niet in alle drie de zinnen を krijgt? Probeer daarna de twee korte oefeningen.
7 · Begrijpen wat iemand op een dag doet
Nu verbind je de losse patronen aan een gesprek. In de luisteroefeningen van les 30 gaat het over eten, drinken en andere gewone handelingen. Luister eerst naar de vraag of het hele fragment; een enkel herkend woord is niet genoeg. Controleer vooral welk werkwoord en welke tijd je hoort.
De begripsvragen gaan over de gehoorde informatie. Na je antwoord kun je het transcript openklappen en de zin eventueel natypen. Dat is hulp bij oefenen, geen bewijs dat je alles zonder steun hoorde. Keer daarna terug om onderaan deze les een nieuwe dag te beschrijven en de eindcheck te maken.