Welke kies je? Twee of meerdere opties
Leg twee pennen naast elkaar en zeg どちらですか. Voeg een derde pen toe en zeg どれですか. Je hoeft de kleuren nog niet te noemen: het aantal zichtbare keuzes is de eerste stap.
1. Drie of meer zichtbare opties: どれ
In de keuzesituatie van deze les staat どれ zelfstandig voor ‘welke?’. Zijn er drie of meer pennen zichtbaar, dan kun je ペンはどれですか vragen. Het soort ding staat als thema vóór は; どれ neemt de plaats in van het onbekende exemplaar.
Een kort antwoord met aanwijzen is これです, それです of あれです, afhankelijk van de afstand tot spreker en luisteraar. Wil je zonder wijzen duidelijker zijn, gebruik dan een naamgroep uit les 18, bijvoorbeeld その白い傘です. どれ staat niet direct vóór een naamwoord; het latere patroon どの + naamwoord is slechts vooruitblik en geen productiedoel hier.
ペンはどれですか。
これです。
2. Maak een keuze herkenbaar met kleur
De kleuren 白い, 黒い, 赤い en 青い zijn い-woorden en staan direct vóór een zelfstandig naamwoord: 白い傘, 黒いかばん en 赤いペン. Voeg geen な toe. Let bij 白い op de lezing しろい en bij 黒い op くろい; de kanji helpen herkennen, de kana-lezing ondersteunt productie.
Combineer een afstandswoord met de naamgroep wanneer dat nodig is: その白い傘です betekent ‘die witte paraplu bij jou’. Het antwoord benoemt dan één concreet exemplaar. Een losse eigenschap als 白いです kan in een echte context begrijpelijk zijn, maar de eindcheck vraagt bewust om de volledige naamgroep.
その白い傘です。
あの黒いかばんです。
3. Twee zichtbare opties: どちら
Wanneer de oefensituatie precies twee tassen, boeken of andere voorwerpen aanbiedt, gebruikt les 19 どちら: かばんはどちらですか. De vraag betekent hier ‘Welke van de twee tassen is het?’. Het aantal opties komt uit de zichtbare of beschreven context, niet uit het vraagwoord alleen.
Dit is bewust een andere functie dan in les 09. Daar betekende 先生はどちらですか in een beleefde schoolsituatie ‘Waar is de docent?’. Hier liggen twee concrete opties klaar en vraagt どちら om een keuze. Kijk dus altijd naar de situatie en het verwachte antwoord: een plaats als 会議室です in les 09, of één van twee voorwerpen in les 19.
4. Soort, plaats of exemplaar?
Drie vraagwoorden kunnen bij hetzelfde naamwoord een andere informatiebehoefte aangeven. どんなかばんですか vraagt om een beschrijving, bijvoorbeeld 白いかばんです. かばんはどこですか vraagt naar de plaats. かばんはどれですか of, bij twee opties, どちらですか vraagt welk exemplaar bedoeld is.
Bepaal daarom vóór elk antwoord wat de vraag zoekt. Een kleur kan een soort beschrijven én helpen een exemplaar te identificeren, maar de taak blijft anders. Bij de keuzevraag wijst jouw antwoord één concreet ding aan; bij どんな hoeft er geen rij opties te bestaan.
5. Tel, vraag en identificeer
Maak eerst twee objectkaartjes en stel een どちら-vraag. Voeg een derde toe en verander alleen het vraagwoord in どれ. Antwoord in beide rondes met één afstandswoord en een kleur-naamgroep. Leg daarna uit waarom dezelfde どちら-vorm in les 09 iets anders kon vragen.
De eindcheck toetst het aantal opties en de contextfunctie, gevolgd door een tweekeuzevraag en een volledige identificatie. De antwoorden zijn begrensd; alternatieve persoonlijke keuzes worden in de vrije toepassing alleen met criteria vergeleken.