namake.

Les 04: Van wie is dit?

Combineer een aanwijswoord met een naamwoord en vraag van wie iets is of waarover een boek gaat.

Welk ding, van wie en wat voor soort?

Gebruik les 03 als basis: je kent これ・それ・あれ (KORE / SORE / ARE) en de vraag なんですか (NAN DESU KA). Nu leer je dingen nauwkeuriger benoemen. Begrijp je die aanwijswoorden nog niet, herhaal eerst hoofdstuk 1 van les 03.

1. ‘Dit’ tegenover ‘dit boek’

Met これ (KORE) kon je al zelfstandig naar een ding verwijzen. Maar in ‘dit boek’ noem je het ding ook meteen. Daarvoor gebruik je この (KONO) direct vóór ほん (HON). Samen vormen このほん (KONO HON) één naamwoordgroep. Een naamwoord is een woord zoals boek, tas of persoon; de groep noemt precies welk ding je bedoelt.

De afstanden blijven gelijk aan les 03. この hoort bij jou, その (SONO) bij de ander en あの (ANO) bij afstand tot beiden. Het verschil is wat erachter moet staan: deze drie vormen hebben hier een naamwoord nodig. Zeg dus niet このです om ‘dit is het’ te maken. Vergelijk de drie blokken hieronder en vervang ほん door かばん (KABAN).

2. Woorden voor eigenaar en taal

Je kent わたし (WATASHI) en せんせい (SENSEI) uit les 02. Met ともだち (TOMODACHI) voeg je ‘vriend(in)’ toe. Dit zijn woorden die de eigenaar van een voorwerp kunnen noemen. Met だれ (DARE) vraag je wie die persoon is. Je hoeft geen aparte vorm voor mijn, jouw of zijn uit je hoofd te leren om met deze voorbeelden te beginnen.

にほんご (NIHONGO) is de Japanse taal en えいご (EIGO) de Engelse taal. Ze noemen geen eigenaar maar helpen straks het soort boek aan te geven. Lees telkens eerst de betekenis en luister daarna naar het woord. Let bij かばん (KABAN), dat je al kende, op de korte vorm: een extra N maakt er een ander woord van. Herhaal de kaartjes als de woorden nog niet beschikbaar zijn wanneer je een zin wilt maken.

3. Van wie is het? De volgorde met の

Het kleine woord の (NO) verbindt twee naamwoorden. Bij bezit komt de eigenaar eerst en het bezeten ding als laatste. わたしのほん (WATASHI NO HON) is dus ‘mijn boek’. Het hoofdwoord is ほん: het geheel is een boek, geen persoon. Draai je de twee kanten om, dan verander je de betekenis; de volgorde is niet vrij.

Je kunt zo'n groep gewoon op de informatieplek vóór です zetten. これはせんせいのかばんです (KORE WA SENSEI NO KABAN DESU) noemt eerst ‘dit’ en zegt daarna ‘de tas van de docent’. の is op zichzelf niet de betekenis ‘is’. Dat blijkt doordat de zin nog です als afsluiting heeft. Bekijk de grammatica over の als je eigenaar en ding nog door elkaar haalt.

これはせんせいのかばんです。

4. Vragen en kort antwoorden

Als de eigenaar onbekend is, zet je だれ (DARE) op de plek van die eigenaar. だれのかばん (DARE NO KABAN) betekent ‘wiens tas’. In de vraag hieronder is de tas al genoemd met このかばん (KONO KABAN). Daarom hoeft ‘tas’ daarna niet nog een keer: だれのですか (DARE NO DESU KA) vraagt van wie die is. De context maakt duidelijk welk ding wordt bedoeld.

Je kunt antwoorden met わたしのです (WATASHI NO DESU), ‘het is van mij’. Het verzwegen woord is hier ‘tas’. Dat korte antwoord is dus geen nieuwe werkwoordregel. Wil je het ding wel noemen, zeg dan わたしのかばんです (WATASHI NO KABAN DESU), zonder nog een の achter かばん. Probeer eerst de korte reactie en breid die daarna uit.

このかばんはだれのですか。

わたしのです。

5. の noemt niet altijd een eigenaar

De verbinding の kan ook een soort of inhoud aangeven. にほんごのじしょ (NIHONGO NO JISHO) is een woordenboek voor de Japanse taal. ‘Japans’ bezit het woordenboek niet. Je leest nog steeds van de toelichting links naar het hoofdwoord rechts. Dezelfde bouwregel kan dus verschillende relaties uitdrukken.

Vergelijk nu twee vragen. だれのほん (DARE NO HON) vraagt naar de eigenaar van een boek. なんのほん (NAN NO HON) vraagt hier wat voor boek het is. Het antwoord えいごのほん (EIGO NO HON) kan in deze les een Engelstalig taalboek noemen. Kies dus niet automatisch だれ zodra je の ziet; bepaal welke informatie ontbreekt.

これはなんのほんですか。

えいごのほんです。

6. Kies eerst welke informatie ontbreekt

Leg een boek neer en bedenk er een eigenaar en onderwerp bij. Noem eerst het boek met このほん (KONO HON). Vertel daarna van wie het is en wat voor boek het is. Stel voor elk antwoord de bijpassende vraag. Zo krijgt の twee duidelijke functies zonder dat je twee ongerelateerde regels hoeft te leren.

Het model bij de eigen toepassing blijft verborgen tot je het opent. Controleer vooral de volgorde: informatie vóór の, hoofdwoord erna. Bij een kort bezitsantwoord mag dat hoofdwoord wegblijven. De eindcheck vraagt geen nieuwe ontkenningen of onbekende werkwoorden. Die komen in volgende lessen; concentreer je nu op nauwkeurig benoemen.

Alle lessen