Een eerste gesprek, stap voor stap
Les 1 is genoeg voorbereiding. Je hoeft hiragana nog niet uit je hoofd te schrijven. Begin met de begroeting, luister en spreek die één keer hardop uit.
1 · Je eerste twee zinnen
Je ontmoet een nieuwe klasgenoot. Je eerste doel is niet een perfect gesprek, maar een begroeting en je naam. はじめまして (hajimemashite) gebruik je wanneer je iemand voor het eerst ontmoet. Het is een vaste uitdrukking: je hoeft de losse onderdelen nu niet te ontleden.
Daarna kun je zeggen: わたしはブラムです (watashi wa Buramu desu). Dit betekent ‘Ik ben Bram’. ブラム (Buramu) is hier de Japanse weergave van Bram; een andere naam kan op dezelfde plek staan. Namen van buiten Japan worden vaak in katakana geschreven, maar je hoeft je eigen naam nu nog niet zelf om te zetten.
Luister met de afspeelknop en zeg de twee zinnen na. Een korte pauze ertussen is prima. Je kunt voor deze les de oefennaam Bram gebruiken, ongeacht je echte naam. In het volgende hoofdstuk krijg je alle woorden die je nodig hebt.
はじめまして。
わたしは ブラムです。
2 · Woorden voor de kennismaking
Een zelfstandig naamwoord is een woord voor bijvoorbeeld een persoon of rol: ‘student’, ‘docent’ of een naam. Met de woorden hieronder kun je vertellen wie iemand is. Leer eerst de begroeting, student, docent, ja en nee. De overige uitdrukkingen mag je tijdens het oefenen opzoeken.
Bij オランダじん (Orandajin) geeft じん (jin) aan dat het om een persoon van die nationaliteit gaat. Dit is niet hetzelfde als de naam van een taal. De lijst bevat complete woorden; je hoeft nog geen nieuwe woorden met じん te maken. Luister bij いいえ (iie) naar drie korte tellen: i-i-e, dus niet één korte ‘ie’.
Een gesprek sluit je vaak af met よろしくおねがいします (yoroshiku onegai shimasu). Er is geen mooie letterlijke vertaling; in deze situatie werkt ‘aangenaam’ of ‘ik verheug me op ons contact’. こちらこそ (kochira koso) geeft die vriendelijke wens terug. そうですか (sou desu ka) is hier een reactie van begrip, geen nieuwe vraag die je moet beantwoorden.
3 · Waarover gaat de zin? は en です
Een partikel is een klein Japans woordje dat de rol van het voorafgaande zinsdeel aangeeft. は staat ná het gespreksthema: datgene waarover je iets vertelt. In わたしはがくせいです (watashi wa gakusei desu) gaat het over ‘ik’ en de nieuwe informatie is ‘student’. Hier valt het gespreksthema samen met het grammaticale onderwerp ‘ik’, maar dat gebeurt niet in elke Japanse zin. We noemen は daarom het themapartikel, niet simpelweg het onderwerpspartikel.
Je herkent は uit de hiraganatabel als HA, maar dit partikel spreek je uit als WA. Dat is een uitspraakregel, geen spelfout. です (desu) maakt hier samen met het naamwoord een beleefde uitspraak. ‘Student + desu’ wordt in het Nederlands ‘ben/is student’, afhankelijk van wie het thema is.
Vertaal daarom de hele boodschap, niet elk blokje als een los Nederlands woord. は betekent niet simpelweg ‘ben’, en です is geen beleefdheidssticker die achter elk Japans werkwoord kan. Verander nu alleen ブラム (Buramu) in がくせい (gakusei): dezelfde opbouw geeft andere informatie. Als iedereen al weet over wie je praat, kan het thema weg: がくせいです (gakusei desu) is dan een volledige reactie.
わたしは がくせいです。
4 · Een vraag en een passend antwoord
Met か (ka) aan het einde maak je van deze beleefde mededeling een vraag. Je draait de woorden niet om zoals in ‘ben jij?’. ブラムさんはがくせいですか (Buramu-san wa gakusei desu ka) vraagt of Bram student is. Het vraagteken mag ontbreken: か laat de vraagfunctie al zien.
さん (san) is een respectvol achtervoegsel bij de naam van iemand anders. Zeg bij je eigen introductie ブラムです, niet ブラムさんです. Je kunt iemand bij naam aanspreken in plaats van telkens ‘jij’ te vertalen. Als het gespreksthema duidelijk is, volstaat ook がくせいですか (gakusei desu ka).
Een bevestigend oefenantwoord is はい、がくせいです (hai, gakusei desu): ‘Ja, ik ben student’. Hiermee laat je horen dat je de inhoud hebt begrepen. Alleen はい kan in een echt gesprek ook passen; het is niet automatisch onbeleefd. In deze les oefenen we juist een volledige reactie, zodat je de zinsbouw gebruikt.
ブラムさんは がくせいですか。
はい、がくせいです。
5 · Nee zeggen zonder de naamzin te verliezen
Niet elke kennismaking bevestigt de vraag. Speel nu iemand die docent is en geen student. Begin met いいえ (iie), ‘nee’. Daarna vervang je achter がくせい (gakusei) de uitgang です door じゃありません (ja arimasen).
がくせいじゃありません (gakusei ja arimasen) betekent ‘ben/is geen student’. De betekenis blijft een uitspraak over wie iemand is, maar wordt negatief. In formelere taal zie je ではありません (dewa arimasen); hier klinkt は opnieuw als WA. Beide negatieve vormen zijn goed voor onze oefeningen.
Zet er niet nog een です achter. Gebruik ook niet alleen ありません achter het naamwoord: voor deze ontkennende naamzin heb je じゃ of では nodig. Daarna kun je met せんせいです (sensei desu) vertellen wat wél klopt. Een goed antwoord gaat dus over de inhoud van de vraag, niet alleen over een beleefd einde.
いいえ、がくせいじゃありません。
がくせいではありません。
せんせいです。
6 · Van losse zinnen naar een gesprek
Een kennismaking heeft een bruikbare kleine route: begroeten, je naam geven, een vraag beantwoorden en afsluiten. Je hoeft niet in elke beurt je volledige introductie te herhalen. Herken eerst wie praat en over wie de vraag gaat. Een naam plus さん wijst vaak naar de gesprekspartner.
In het leesverhaal ontmoet Bram Aki. Alle belangrijke uitdrukkingen staan in hoofdstuk 2, inclusief そうですか, どうぞよろしく en こちらこそ. Open leessteun wanneer je die nodig hebt; eerst begrijpen is belangrijker dan alles onthouden. De afspeelknoppen laten de stemmen per spreker horen.
Lees de hele dialoog voordat je de begripsvragen beantwoordt. Keer daarna met de terugknop bovenaan terug naar deze les. Maak onder de hoofdstukken zelf een nieuwe kennismaking en vervolgens de eindcheck. Leessteun gebruiken is oefenen; het is geen fout, maar ook nog geen bewijs van zelfstandig gebruik.
Extra · Ook zeggen met も
Deze vooruitblik is niet nodig om les 02 af te ronden. Je gesprekspartner vertelt dat die student is en jij bent dat óók. Dan kun je zeggen: わたしもがくせいです (watashi mo gakusei desu). も (mo) voegt hier ‘ook’ toe en komt in dit patroon in de plaats van は.
Schrijf dus niet わたしはも. Het ‘ook’ moet naar iets passen dat al is gezegd. Na ‘ik ben geen student’ betekent een positieve zin met も niet vanzelf ‘ik ook niet’. Houd het nu bij twee personen voor wie dezelfde positieve informatie geldt; andere toepassingen komen later.
わたしも がくせいです。